De Lerarenagenda - de weg tot nu toe

De Lerarenagenda 2013-2020 is tot stand gekomen na een intensief voortraject, en is een belangrijke mijlpaal in een traject dat blijft doorlopen - en waarvan we hier verslag van blijven doen.

Vele werkbezoeken, inspiratiesessies en andere bijeenkomsten hebben bijgedragen aan een plan voor verbetering van leraarschap in Nederland.

Dat plan is dan ook gevoed door vele inzichten en ervaringen van de mensen die er dagelijks mee te maken hebben: de leraren, schooldirecteuren, docenten van lerarenopleidingen en andere onderwijsprofessionals.

Hier volgt een eerste overzicht in vogelvlucht van het traject dat aan de ontwikkeling van de Lerarenagenda heeft bijgedragen - het zal nog worden uitgebreid.

De inspiratiegroep lerarenagenda

De inspiratiegroep bestaat uit leraren en andere onderwijsprofessionals die initiatieven ondernemen om de kwaliteit van de Nederlandse leraren te verbeteren.

Tijdens de bijeenkomsten onderzoeken we welke constructieve acties, kansrijke mogelijkheden en goede voorbeelden er zijn in het veld. Deze inspiratiegroep bekijkt ook hoe de beste initiatieven een olievlekwerking kunnen krijgen. De deelnemers van de inspiratiegroep wisselen kennis en ervaringen uit over de onderwerpen van de lerarenagenda.

Op 16 april 2014 was er een bijeenkomst van de inspiratiegroep in Rotterdam Zuid. De bijeenkomsten worden gefaciliteerd door OCW, maar inhoudelijk door de groep zelf voorbereid. Deelname staat open voor leraren, maar in principe ook voor anderen die zich willen inzetten voor beter onderwijs. Stuur een mail naar lerarenagenda@minocw.nl als je wilt deelnemen.

Bekijk hier het verslag van de bijeenkomst van 14 januari 2014.

Inspiratiegroep Lerarenagenda 14 januari 2014

Werkbezoeken

Werkbezoeken zijn te allen tijde een onmisbaar middel om contact te houden met de samenleving. Sinds het aantreden van het huidige kabinet zijn de werkbezoeken van minister Bussemaker en staatssecretis Dekker dan ook bijzonder belangrijk geweest om inzichten over verbetering van leraren te vergaren uit het gehele onderwijsveld.

Voorbeeld: werkbezoek De Populier november 2012

In november 2012 bezochten minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker het college De Populier voor een middag over peer review. Peer reviews zijn een speerpunt in onderwijsland: het gaat erom dat leraren zich kunnen verbeteren door van elkaar te leren. Bij de Populier werden verschillende vormen van peer review in de praktijk geoefend, en vond er een gesprek plaats met leraren en schooolleiders over de werking van het systeem.

Zie ook het verslag op Lucas Onderwijs.

Maart 2013: Teachers' Summit

Hoe definieer je 'kwaliteit van lesgeven'? Hoe kun je lerarenevaluaties gebruiken om leraren nog beter te maken, en hoe kunnen scholen deze methodieken inzetten? Dat waren enkele centrale vragen tijdens de wereldwijde Teachers' Summit die dit jaar in Nederland werd georganiseerd.

Lees de 'closing remarks' (Engels) van minister Bussemaker op de International Teachers' Summit.

Bekijk ook de terugblikvideo:

Terugblik International Teachers' Summit 2013

Door OCW georganiseerde gesprekken

In 2013 heeft OCW een hele reeks gesprekken, inspiratiesessies en workshops georganiseerd met diverse relevante groepen.

Klankbordgroepen

De georganiseerde klankbordgroepen hadden een iets ander karakter.

Hiier werd een gezelschap van leraren, schoolleiders, lerarenopleiders maar ook wetenschappers uitgenodigd om zich te buigen over de vraag: hoe kunnen we leraren in Nederland nóg beter maken?

Ook de resultaten uit deze bijeenkomsten werden gebruikt als grondstof voor de Lerarenagenda.

Gesprekken met studenten

Uiteraard werd ook uitgebreid gesproken met studenten. Zie bijvoorbeeld bijgaand een foto van een denktank-bijeenkomst van 20 maart met 15 studenten over docenten in het hoger onderwijs, en hoe didactische vaardigheden daar verbeterd zouden kunnen worden. Een week later kwamen vijftien studenten die actief zijn in de medezeggenschap op bezoek. De startvraag was: hoe kan medezeggenschap bijdragen aan verbetering van onderwijs?

Daaruit vloeiden vervolgvragen voort zoals: wordt de medezeggenschap voldoende ondersteund? Is andere regelgeving nodig, of is juist een cultuuromslag vereist?