Lijn 4: Een goed begin voor startende leraren

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Nieuwe leraren krijgen de begeleiding die ze nodig hebben om hun werk als lid van een professioneel team te kunnen doen.

Video: een goede start voor beginnende leraren op het Christelijk Lyceum Delft

Hoe belangrijk een goede lerarenopleiding ook is, het vak leer je in de praktijk pas echt. De overgang van opleiding naar de dagelijkse praktijk als leraar op een school is dan ook groot - en een goede begeleiding van startende leraren is dan ook onontbeerlijk. Het Christelijk Lyceum in Delft coacht startende leraren intensief vijf jaar lang.

Waar willen we naartoe?

Een nieuwe leraar kan vanaf het begin zijn vaardigheden en kennis verder verdiepen door goede begeleiding en opname in het lerarenteam. Dit verbetert de onderwijskwaliteit en voorkomt uitval van startende leraren. De voortgang van dit agendapunt volgen we aan de hand van indicatoren die zowel gericht zijn op de deelname van startende leraren aan inwerk- en begeleidingsprogramma’s als op het effect daarvan op de vaardigheden van leraren. Er zijn meerdere trajecten die zich richten op de begeleiding van startende leraren. In het po ligt de basis in de cao. In het vo gaat het vooral om het gebruik van een bewezen effect observatie-instrument. In het mbo hebben de instellingen dit thema opgenomen in hun kwaliteitsplannen.

Aandeel beginnende leraren (<3 jaar voor de klas) dat begeleiding heeft gehad

Grafiek 4.1

Bron: Centerdata/MOOZ Loopbaanmonitor, 2016

Doelstelling

Het is de ambitie dat alle startende leraren in het po en vo in 2020 de begeleiding krijgen die zij nodig hebben om hun werk als lid van een professioneel team te kunnen doen.

Welke beweging is zichtbaar?

Startende leraren ontvangen steeds vaker begeleiding. Dit geldt vooral voor starters met een pabodiploma. We zien een toename van 72% in 2014 naar 79% in 2015. De begeleiding van starters die vanuit de lerarenopleiding komen (bachelor en master) is ongeveer gelijk gebleven. Bijna 9 van de 10 starters (89%) wordt begeleid. In 2014 was dit 88%.

Het soort dienstverband en de aanstellingsomvang zijn, net als in voorgaande jaren, een belangrijke onderscheidende factor in wel of niet begeleid worden. Starters met een flexibel contract en/of een kleine deeltijdaanstelling krijgen relatief minder vaak begeleiding dan starters met een vast contract en/of een fulltime aanstelling.

In vergelijking met vorig jaar is de begeleidingsintensiteit onder alle groepen starters licht gestegen: zowel onder starters van de pabo en van de lerarenopleiding vo en zowel onder starters met een invalbaan als degenen met een reguliere baan. Er zijn dan ook steeds minder pas afgestudeerden die geen enkele vorm van begeleiding hebben gekregen. Wel is de intensiteit van de begeleiding onder starters met een invalbaan relatief lager. Hoewel de intensiteit van de begeleiding (sterk) varieert, is zo’n 70% van alle starters die begeleid wordt tevreden met de begeleiding.

Sinds 2012 is er sprake van een stijgende lijn. Het aantal starters dat wordt begeleid en de intensiteit van de begeleiding neemt toe. Dit is een signaal dat de begeleiding van beginnende leraren door bestuurders en schoolleiders steeds serieuzer wordt opgepakt, zoals in de Sectorakkoorden en Lerarenagenda is afgesproken.

Welke acties worden ondernomen?

Schoolbesturen en schoolleiders zijn zelf verantwoordelijk voor een goede begeleiding van hun startende leraren. In de cao PO 2014-2015 hebben de sociale partners afgesproken dat startende leraren recht hebben op een coach en op extra tijd voor professionalisering. Ook is afgesproken dat de beheersing van hun vaardigheden zal worden vastgesteld met een observatie instrument. De PO-Raad zorgt voor voorlichting aan besturen over de begeleiding van starters.

In het vo is in schooljaar 2016/2017 de laatste tranche gestart van het project “Begeleiding startende leraren in het VO”. Hiervoor is veel belangstelling. Inmiddels nemen 274 scholen (42%) en 3477 leraren deel aan dit project. In 2017 wordt het observatie instrument ICALT digitaal opgeleverd en beschikbaar gesteld voor alle vo-scholen. Daarnaast doet de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onderzoek naar de effecten van het project begeleiding startende leraren. De resultaten hiervan verwachten wij eind 2017.

Aandeel leraren (<3 jaar werkervaring) dat de algemeen didactische vaardigheden beheerst

Grafiek 4.2

Bron: Inspectie van het Onderwijs, Onderwijsverslag

Doelstelling

Startende leraren met drie jaar ervaring beheersen in 2020 de algemeen didactische vaardigheden in de praktijk.

Welke beweging is zichtbaar?

In het po is het aandeell als voldoende beoordeelde lessen na een daling in 2014 weer iets gestegen in 2015. De ontwikkeling laat echter nog niet de gewenste opgaande lijn zien. Dit terwijl het verbeteren van de didactische vaardigheden van leraren wel bij de besturen nadrukkelijk op de agenda staat: de meerderheid van de besturen (64%) is hiermee bezig en bijna een zesde (17%) heeft beleid in voorbereiding op dit terrein. We verwachten daarom de komende jaren wel vooruitgang.

In het vo is sinds 2013 een daling zichtbaar in het aandeel startende leraren dat de algemeen didactische vaardigheden beheerst. Dit is verontrustend. De oorzaak van de daling op deze specifieke indicatoren is niet bekend.

Welke acties worden ondernomen?

In de cao PO 2014-2015 hebben de sociale partners afgesproken dat startende leraren recht hebben op een coach en op extra tijd voor professionalisering. Ook is afgesproken dat de beheersing van hun vaardigheden zal worden vastgesteld met een observatie-instrument. De PO- Raad zorgt voor voorlichting aan besturen over de begeleiding van starters. De PO-Raad heeft een lijst van observatie-instrumenten gepubliceerd om het gebruik ervan te stimuleren en om schoolbesturen te helpen een keuze te maken uit deze instrumenten. Deze lijst is inmiddels een aantal keren geactualiseerd en aangevuld met een keuzehulp. In het vo doet een groot deel van de scholen mee aan het project begeleiding startende leraar, waar de algemene vaardigheden een belangrijk onderdeel van vormen. Ook uit de pilot Junior-Leraarschap, waar beginnende leraren onder intensieve begeleiding staan, blijkt dat leraren deze vaardigheden beter beheersen. Inmiddels zijn de materialen die in dit project worden gebruikt ook online beschikbaar.

Aandeel beginnende leraren in PO en VO (<30 jaar) dat na 1, 3 en 5 jaar niet meer in het onderwijs werkt (niet meer vindbaar in sector po, vo of mbo)

Grafiek 4.3

Bron: DUO, 2016

Doelstelling

Daling van het aandeel startende leraren in het po en vo dat binnen vijf jaar het beroep verlaat.

Welke beweging is zichtbaar?

In het po is in het verleden duidelijk sprake van een stijging in uitval, die kan worden gekoppeld aan een moeilijke arbeidsmarkt voor startende leraren. In het meest recente jaar lijkt sprake te zijn van een trendbreuk in de uitval na één jaar in het po. Hoewel het logisch is dat de trendbreuk het eerste te zien is bij de uitval na één jaar, zien we ook bij de uitval na drie en vijf jaar een duidelijke afvlakking van de eerdere stijging. Bij de uitval in het vo zien we een stabiele, licht dalende ontwikkeling van de uitval na één, drie en vijf jaar.

Welke acties worden ondernomen?

De begeleiding van startende leraren wordt door bestuurders en schoolleiders steeds serieuzer opgepakt. Sinds 2012 is er sprake van een stijgende lijn in het aantal scholen dat startende leraren begeleid. We blijven dit beleid voortzetten en het belang van een goede begeleiding onderstrepen en verwachten dat hierdoor de komende jaren het percentage uitvallers in de eerste 5 jaren verder zal dalen.