Artikelen

Onderwijs uitvinden in Docentontwikkelteams

Je hebt een idee om je leerlingen beter te laten leren, maar alleen kom je niet verder. Het is herkenbaar voor veel leraren die meer willen doen met hun onderwijs. In Docentontwikkelteams kunnen ze hun ei kwijt. Samen met andere vakdocenten werken aan vernieuwend onderwijs. Dat leidt tot verrassende resultaten, zo bleek tijdens het DOT-congres van de Radboud Docenten Academie in Nijmegen.

Deelnemers DOT-congres in gesprek

In DOT’s – ook Professionele Leergemeenschappen genoemd - werken docenten in teamverband onder begeleiding van een deskundige aan vraagstukken uit hun onderwijspraktijk. Aan de hand van een onderzoeksvraag en een passend theoretisch kader, verzamelen ze data en krijgen ze feedback van de groep. Actief onderzoekend leren, kennisdelen en een focus op vakinhoud en didactiek zijn kernbegrippen.

Plezier in ontwerpen

Het plezier in het bedenken van vernieuwende methoden en producten spatte er vanaf tijdens het congres. Patricia Gubbels van RSG Lingecollege Tiel werkte met vijf collega’s aan betere onderzoeksvaardigheden voor VWO-leerlingen. Aanleiding was een rapport van de Radboud Universiteit, waaruit bleek dat VWO-leerlingen die naar de universiteit gaan wel voldoende vakinhoudelijke kennis hebben, maar onvoldoende onderzoeksvaardigheden. In tien bijeenkomsten van twee uur analyseerde het team het probleem, stelde een plan van aanpak op en maakte een kader voor een profielwerkstuk. Dit profielwerkstuk lijkt op het wetenschappelijk onderzoek dat de leerlingen op de universiteit moeten doen.

Woorden in je hoofd

De docenten wisten zelfs raad met vocabulaire. Hoe krijg je het voor elkaar dat leerlingen 6000 Engelse woorden in hun hoofd krijgen die nodig zijn om de taal goed te leren? Jelly van Rinssum van het Maaswaal College en haar collega’s onderzochten bij hun leerlingen hoe ze woorden onthouden. Op basis daarvan bedachten ze de Practical Teaching Vocabulary. Tipje van de sluier: creëer dialogen rondom woorden, gebruik verschillende contexten, gebruik multimedia!

Gesprekskaartjes

Kaartjes die docenten en cognitief begaafde leerlingen kunnen gebruiken om met elkaar in gesprek te gaan over gedrag

Halfuurtje college

Veel teams werken autonoom. Wat voegen begeleiders daaraan toe? ‘Een halfuurtje college op basis van literatuuronderzoek wordt erg gewaardeerd’, zei Ton Konings, docent bij ILS-HAN. Samen met Saskia van Boven (Radboud Docenten Academie) is Ton projectleider van de DOT wiskundige denkfiguren. Met zijn teamleden ontdekte Ton dat leerlingen teveel zelfstandig werken en te weinig bezig zijn met de inhoud van wiskunde. Het team van Ton ging aan de slag om leerlingen weer aan het denken te krijgen. Net als andere begeleiders, had Ton een sturende rol in het proces. Hij structureerde het gesprek en kaderde het onderzoek in. Ook hielp hij de onderzoeksvraag te verhelderen. ‘Tijdens het ontwerpproces zie je vaak dat veel wordt dichtgetimmerd met vragen, terwijl de hoofdvraag aan het eind wordt gesteld. Die hoofdvraag moet je aan het begin stellen.’

Belemmeringen oplossen

Testen op school is een belangrijke voorwaarde voor succesvolle DOT’s, stelden onderwijsonderzoekers Harmen Schaap (Radboud Docenten Academie) en Micha Ummels (Radboud Docenten Academie). Zij volgden drie jaar verschillende DOT’s. Harmen: ‘Leraren moeten de ruimte krijgen naar buiten te gaan en hun inzichten op school uit te proberen. Helaas gebeurt dit niet altijd. Bijvoorbeeld vanwege papierwerk, andere activiteiten op school en schoolleiders die na een jaar faciliteren resultaten willen zien. Hoe los je dat op? ‘Praten met je schoolleider. Vertellen wat je doet. Uitkomsten delen en als je iets leuks hebt om te laten zien, moet je dat doen. Dat inspireert.’
Een andere belangrijke factor voor het slagen van DOT’s is dat de structuur intact blijft. ‘Want dan weet je zeker dat het werk af komt’, aldus Micha.

Op school testen

Veel docenten vertelden dat ze al een tijd rondliepen met een idee, maar geen tijd hadden om het uit te werken. Of geen verbinding konden leggen met de praktijk. Tijdens de DOT-bijeenkomsten viel het kwartje. De verbinding werd gemaakt, het product bedacht of het onderzoek opgezet. En op school getest. Alleen of met andere deelnemers aan de DOT. Zo nodigde Harrie Kamphuis (NSG Groenewoud) twee teamleden uit om mee te denken hoe de onderzoekslijn voor leraren in zijn school werd geïntroduceerd. ‘We maakten een stroomdiagram van problemen die je tegenkomt als je onderzoek in je school wilt invoeren en bedachten er oplossingen voor.’

Docente Liduine Verhelst

Liduine Verhelst

Uit de praktijk: cognitief begaafde leerlingen

Meisjes die makkelijk een tien kunnen halen, maar ervoor zorgen dat het een acht wordt omdat ze niet geselecteerd willen worden voor een bijzonder programma. Jongens die steeds een drie scoren omdat ze zich vervelen. Hoe stimuleer je als ‘gewoon docent’ om bij cognitief begaafde kinderen alles uit de kast te halen? Afdelingshoofd en talentenbegeleider Liduine Verhelst (Maaswaal College) had behoefte aan een vragenset om daar achter te komen, maar ze zag er tegenop om steeds opnieuw het wiel uit te vinden.
Toen ze via haar directeur een mail kreeg over de onderwijsinnovatie in DOT’s, zag Liduine dat als een kans om meer te doen voor cognitief begaafde leerlingen.
‘Wij gingen in het team aan de slag met de vraag: hoe krijg je ze goed aan het leren? Of: hoe voorkom je dat ze het leren niet kunnen loslaten? Door elkaar veel vragen te stellen, ontdekten we dat het belangrijk is om met deze kinderen hierover in gesprek te gaan. De betrokkenheid van ouders is daarbij essentieel.’ 
Binnen het team ontwikkelde Liduine tools voor deze gesprekken. Ze probeerde er een aantal uit op haar school. Voor individuele gesprekken, maar ook voor gesprekken die leerlingen met elkaar kunnen voeren. ‘Twee jongens kiezen bij mij op school aan de hand van gesprekskaartjes in welke onderwerpen ze beter willen worden. Denk aan je blijven concentreren bij huiswerk, doorzetten of op tijd beginnen aan een lange termijnopdracht. Ze bevragen elkaar om zo scherp mogelijk te krijgen wat ze moeten doen en zetten er een plannetje voor op. We denken dat slimme kinderen dit allemaal wel kunnen, maar dat is niet zo.’
De gesprekken hebben effect, zegt Liduine. ‘Kinderen voelen zich serieus genomen. Het is ook een vorm van aandacht en ze ervaren dat ze voor hen moeilijke dingen kunnen leren.’ 

Docent Panos Alexious met watermolecuul ballon

Panos Alexious

Uit de praktijk: ballonnen en dobbelstenen in context

Scheikundeleraren Peter Michielsen (Citadel College Lent) en Panos Alexious (Stedelijk Gymnasium Arnhem) maakten een praktische vertaalslag van Concept Context Onderwijs. Een nieuwe onderwijsvorm voor de bètavakken, waarbij lesinhoud in een context wordt aangeboden. Hierdoor kunnen leerlingen kennis beter opnemen. De DOT-leden gebruikten twee hypotheses over het ontstaan van leven op aarde als context om leerlingen de bouw van verschillende moleculen te laten ontdekken.   

Peter: ‘Concept Context Onderwijs komt in het examenprogramma. Ik wilde er goed op zijn voorbereid en vond het leuk om iets te bedenken dat ik in de klas kan gebruiken. In de meeste lesboeken zijn contexten als voorbeelden van concepten opgenomen. In onze module is de context juist leidend.’ 
In de DOT werd eerst de context van het onderwerp bepaald. Vervolgens struinde Panos Alexious het internet af, op zoek naar geschikte materialen. Panos over zijn keuze: ‘Het kostte mij veel tijd om iets eenvoudigs en speels te vinden, maar uiteindelijk is het gelukt. Het zijn ballonnen en dobbelstenen geworden. ‘Moleculen hebben een driedimensionale structuur, die je heel goed kunt uitbeelden met ballonnen. En de verdeling van elektronen in een molecuul kun je laten zien met de ogen van een dobbelsteen.’ 

Daarna was het een kwestie van de module schrijven. ‘Ontzettend leuk om te doen’, zegt Peter. ‘Ik kijk met plezier terug op de discussies in het team over hoe je verschillend tegen contexten kunt aankijken en de verdiepingsslag die we samen hebben gemaakt. Mijn leerlingen vinden het leuk. Het blijft beter hangen en dat heeft alles te maken met voorstellingsvermogen.’  

Meer informatie

Het ministerie van OCW stimuleert een proef met 22 professionele leergemeenschappen door subsidie te verstrekken aan deelnemende lerarenopleidingen en scholen.

In Nijmegen zijn de DOT’s iets anders opgezet. De scholen die aan een DOT meedoen en de Radboud Docenten Academie investeren in een DOT. Zo kunnen ze voor elk schoolvak een DOT aanbieden. Dit moet ertoe leiden dat deze DOT’s ook na de OCW-subsidie doorgaan.

Presentatie sprekers 

Video Docentontwikkelteams 

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.