Artikelen

Peer review en visitaties: 'lesgeven doe je niet alleen'

Open met die deur van je klaslokaal! Want lesgeven doe je niet alleen, maar met elkaar. Dat vinden docenten Marco de Bouter en Arnout Goeree van de vmbo-school AOC Oost, locatie Twello. Collega’s kijken er bij elkaar in de klas, geven feedback en doen mee aan digitale visitatie. Ook bezoeken ze andere scholen voor een andere kijk op de zaak. 

Docenten Arnout Goeree en Marco de Bouter

Marco de Bouter (links) en Arnout Goeree (rechts)

‘De meeste leraren zijn op zichzelf gericht. Zij bepalen wat er in de klas gebeurt en of dat goed is. Maar dat wil niet altijd zeggen dat het ook echt goed ís’, zegt Marco. ‘Een goede leraar moet aan veel dingen denken. Er zijn altijd punten die beter kunnen. Je collega kan je daarbij helpen.’ Marco illustreert dit aan dit aan de hand van een persoonlijk voorbeeld. ‘Ik kan goed praten, maar vergeet wel eens te checken of mijn leerlingen de les hebben begrepen. Arnout gaf mij goede tips om eraan te denken.’

Goed gesprek

Marco en Arnout hebben een mening over goed onderwijs en die willen ze graag met anderen delen. Toen ze in het CNV-blad lazen dat de Onderwijscoöperatie docenten zocht voor de ontwikkeling van de Kijkwijzer als hulpmiddel voor een peer review, meldden ze zich ervoor aan. Voor Marco en Arnout is de Kijkwijzer niet alleen een hulpmiddel voor persoonlijke ontwikkeling, maar ook om een goed gesprek te voeren over onderwijs. Marco: ‘Dat gebeurt te weinig. Er wordt wel veel gekletst - bijvoorbeeld over hoe lastig kinderen zijn - maar het moet gaan over de inhoud: hoe je goed les geeft.’

Wat wil de leraar leren?

Observatie-instrumenten zijn er in alle soorten en maten. De meesten zijn gericht op het analyseren van verbeterpunten, stellen Arnout en Marco. De Kijkwijzer helpt de docent een gerichte leervraag te formuleren. 

‘Net als de andere instrumenten, is de Kijkwijzer gebaseerd op een database. Uit de 1.000 dingen die je als leraar moet of kan doen, pik je vier of vijf punten waaraan je wil werken. Vervolgens maak je een afspraak met je collega die een les bijwoont en daarna zijn bevindingen met je bespreekt. Na een halfjaar komt de collega nogmaals kijken om te zien hoe het gaat. Afspraken maken, verslagen van feedback en rapportages over vorderingen houden we bij met de Kijkwijzerapp.’ 

Arnout benadrukt dat hij andere observatie-instrumenten niet slecht vindt. ‘Voor beginnende leraren werken we ook met ICALT. Dit observatie-instrument wordt gebruikt bij Begeleiding Startende Leraren. Voor deze doelgroep is het goed om eerst te analyseren wat je verbeterpunten zijn. De Kijkwijzer is hierop een mooie aanvulling, want hiermee kunnen startende docenten gericht werken aan hun ontwikkeling.’

Nog niet voor de hele school

Toen de Kijkwijzer af was, werd het instrument in een proefproject op AOC Oost geïntroduceerd. Arnout en Marco dienden hiervoor een plan in bij het innovatiefonds dat locatiedirecteur Ben ter Haar heeft ingesteld voor docenten met goede ideeën om het onderwijs te verbeteren. Ze wonnen de eerste prijs. Dat betekende dat Marco en Arnout gedurende een jaar een dag in de week werden vrijgesteld om de peer review, - en later visitatie en intervisie - te organiseren en collega’s erin te trainen en coachen.  

‘We begonnen fout’, blikt Arnout terug op de introductie van de peer review. ‘Heel enthousiast presenteerden we de Kijkwijzer bij het College van Bestuur. Zij waren enthousiast, maar het was lastig om de Kijkwijzer gelijktijdig op vijf locaties te introduceren.’ Arnout en Marco gingen dus terug naar de basis, hun eigen school. De locatiedirecteur gaf groen licht voor een proefproject. 

Wie met wie in de klas?

Arnout: ‘Niet elke leraar is er blij mee dat hij of zij wordt bekeken in de klas. Daarom kozen we in eerste instantie voor een vrijwillig traject.’  

Dertig collega’s meldden zich aan. Ze mochten zelf kiezen met wie ze de peer review wilden uitvoeren. ‘Het is niet ideaal om te zeggen: “als je het goed kunt vinden met die collega, is dat prima.” Want soms leer je meer van een collega die je niet kent. Maar omdat sommige leraren eraan moeten wennen dat ze worden “bekeken in hun klas”, was het verstandig om voorzichtig te beginnen in een veilige setting.’

Feedback geven, niet oordelen

Het proefproject was een succes. Marco: ‘Deelnemers vonden het leuk toen ze ervoeren dat ze niet werden beoordeeld, maar gestimuleerd om zichzelf te ontwikkelen door een collega, die weet wat lesgeven is.’ 

Beide docenten stellen expliciet dat het bij een peer review gaat om feedback geven, niet om te oordelen. Arnout: ‘Dat is iets wat je ook als reviewer scherp voor ogen moet hebben. Ik heb eens meegekeken tijdens een gymles - heel leerzaam voor een theoriedocent mens en maatschappij - en ik betrapte mezelf erop dat ik een oordeel klaar had hoe het anders moest. Dat is niet de bedoeling, je geeft feedback.’

Faciliteren, anders gebeurt er niets

Naar aanleiding van de geslaagde proef, besloot Ben ter Haar alle docenten extra tijd te geven voor een peer review. Ze krijgen er elk jaar vier tot vijf uur voor. Dat was nodig, omdat de deelnemers aan het proefproject het moeilijk vonden om tijd vrij te maken voor de peer review. ‘Je moet dit faciliteren, anders komt er niets van terecht’, zegt Ben. 

Je leert het meest van elkaar

Ben is enthousiast over de Kijkwijzer. Hij vindt de peer review een krachtig instrument voor ontwikkeling. ‘Onze leerkrachten gaan op cursus, maar ze leren het meest van elkaar. De Kijkwijzer is een goed doordacht hulpmiddel; voor en door docenten en niet van bovenaf opgelegd.’  

De locatiedirecteur bemoeit zich niet met de peer review. ‘Het ontwikkelingstraject van de peer review is geen onderdeel van de beoordelingen. We gaan wel onderzoeken hoe we de peer review bij onze POP-gesprekken kunnen betrekken. Beiden gaan immers over ontwikkeling en dan is het logisch dat je dit in zijn samenhang bekijkt.’

Digitale intervisie

De peer review smaakte naar meer. Arnout en Marco werden een paar maanden geleden gevraagd door de Universiteit Wageningen/Stoas Vilentum of de school wilde meewerken aan een proef met digitale intervisie. De universiteit had een online omgeving ontwikkeld waarin docenten een casus kunnen inbrengen en bespreken. Zes collega’s van AOC Oost locatie Twello doen eraan mee en dat bevalt goed.

‘Een fysieke intervisie is gebonden aan een bepaalde dag. Als je een zware dag achter de rug hebt gehad, ben je niet altijd op je best tijdens de intervisie. Dat is ook het geval als slechts een paar mensen het woord voeren en niet iedereen aan bod komt. Online heeft iedereen gelijke inbreng. En omdat deelnemers aan de digitale intervisie twee dagen de tijd hebben om te reageren, kunnen ze een moment uitkiezen waarop feedback geven goed uit komt.’

Binnenkort wordt de Kijkwijzer in de digitale intervisie geïntegreerd. ‘Dan kunnen we nog gerichter te werk gaan.’

Bij andere scholen

Sinds kort neemt AOC Oost locatie Twello ook een verfrissend kijkje bij het Staring College in Lochem/Borculo (vmbo). ‘Je bent je eigen methoden en cultuur gewend. Een bezoek aan een andere school levert mooie inzichten op. Zo kan het ook! Theoretisch, maar ook heel praktisch. Een gymdocente vertelde bijvoorbeeld dat ze erg enthousiast was over de materialen die haar collega op het Staring College gebruikte.’ 

Tijd en opbrengst

Hoewel de peer review en visitaties Ben ter Haar tijd kosten, levert het ook veel op: kwaliteit. Maar hoe meet je dat? ‘Dat is moeilijk. Eerlijk gezegd ben ik niet zo geïnteresseerd of mijn docenten op allerlei punten goed scoren. Ik wil gewoon goede leraren. Ik zie dat ze zich goed ontwikkelen. Bij ons op school zijn we erg gericht op opbrengst. Docenten moeten ervoor zorgen dat onze leerlingen goede cijfers halen. Drie jaar geleden moesten we een inhaalslag maken. Mede dankzij de peer review en intervisies behoren we tot de beste vmbo-scholen van Nederland. Met een groeiend aantal leerlingen in het vmbo: van 600 naar 900.’

Meer informatie

In de Lerarenagenda en de sectorakkoorden heeft OCW met de sectorraden voor PO en VO afspraken gemaakt over HRM-doelstellingen. Ook de peer review valt hieronder.

De ambitie is dat in 2020 alle leraren deelnemen aan de peer review. Door de inzet van de peer review ontstaat een professionele, lerende cultuur binnen de school, een cultuur van doelgericht verbeteren.

Dossier Peer Review, Lerarenagenda24.nl

Achtergrond  ICALT 

ICALT lesobservatieformulier 

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Goed om te lezen. Ik ben in mijn school ook bezig het 'intercollegiaal coachen' te introduceren. Maar inderdaad, er is tijd nodig. Ik heb een Powtoon filmpje gemaakt om mijn collega's enthousiast te maken. Tot nu toe ongeveer 12 collega's (van de 120) die hebben gereageerd en die bij elkaar gaan kijken.
    Ik ga de kijkwijzer ook gebruiken. Bedankt voor de info!

    Mariska Maas
    Kennemer College Beroepsgericht
    m.maas@kennemercollege.nl

    Van: Mariska Maas | 02-06-2015, 07:35