Artikelen

Docentschap vereist ondernemerschap

Het ministerie van OCW heeft een aantal onderwijsprofessionals gevraagd om als Kritische Vriend van de Lerarenagenda te fungeren en daarmee OCW scherp te houden op het gebied van lerarenbeleid. OCW organiseert samen met deze Kritische Vrienden werkbezoeken en bezochten op maandag 15 september met minister Jet Bussemaker en staatsecretaris Sander Dekker het ROC Rijn IJssel te Arnhem.

door Leo de Kraker

Leo de Kraker is interim-rector / bestuurder en Management Coach VO.

Onder de titel De Haagse zegetocht van twee leraren besteedde De Volkskrant aandacht aan de plannen uit Samen leren: aanbevelingen uit het onderwijs waar met name de PvdA en de VVD zich achter hebben geschaard. De belangrijkste aanbevelingen uit dit rapport op een rijtje:

  • Een strenger toelatingsbeleid bij pabo’s en docentenopleidingen
  • Minder vakken in het voortgezet onderwijs, waardoor leraren meer tijd doorbrengen met leerlingen en meer ruimte voor verdieping en reflectie ontstaat
  • Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden: goede docenten moeten beter beloond kunnen worden.
  • Een onafhankelijke vereniging van leraren, die vooroploopt in de professionalisering van het onderwijs, maar niet strijdt voor arbeidsvoorwaarden.
  • Een lerarenregister, waarin de opleiding en bijscholing van leraren wordt geregistreerd.
  • Een innovatiefonds waaruit leraren geld kunnen krijgen om vernieuwende ideeën uit te proberen

(Bron: De Volkskrant 5 september 2014)

ondernemende studenten vragen...

Met het oog op de bijeenkomst met de minister en staatssecretaris op 15 september jl. had met moment van plaatsing van dit artikel in De Volkskrant niet beter kunnen zijn. Tijdens het werkbezoek stonden immers een aantal onderwerpen centraal die inhoudelijk synchroon liepen aan de aanbevelingen uit het rapport Samen Leren en het beleidsdocument De Lerarenagenda.

Het werkbezoek startte met een vlammend betoog voor het stimuleren van het ondernemerschap in het (beroeps-)onderwijs door de coördinator van de Rijn IJssel Student Companies Geert-Jan Wassink. Vervolgens presenteerden studenten de KnifeCleaner met welk product deze studenten uitgeroepen zijn tot beste MBO Student Company 2014 van Nederland. Daarna was het woord aan twee eerstejaars studenten van de nieuwe pleiding Bussines & Sport.

Het ondernemerschap, de bevlogenheid en het enthousiasme spatten er dan ook van af en de beide bewindslieden genoten zichtbaar van de wijze waarop de studenten hun product , de KnifeCleaner en opleiding onder de aandacht van de genodigden brachten.

Volstrekt nieuw zijn deze ontwikkelingen echter niet: Al vele jaren wordt het ondernemerschap in het vmbo, het mbo en het hbo gestimuleerd door op het sociaal-constructivisme gestoelde projecten met miniondernemingen en betekenisvolle opdrachten of prestaties.

De meerwaarde van deze praktijk- en betekenisvolle gerichte projecten staat niet meer ter discussie. Een groot winstpunt bovendien is dat dergelijke projecten en didactische werkwijzen steeds meer voet aan de grond krijgen in het reguliere Voortgezet Onderwijs: het Technasium met het vakgebied  Onderzoek & Ontwerpen is daar een mooi voorbeeld van.

... om een ondernemende organisatie met ondernemende docenten

Met deze veranderende didactische werkwijzen én met de verdere digitalisering in het onderwijs wordt het dan ook urgenter om daadwerkelijk werk te maken van maatwerk en gepersonaliseerd leren.

Echter, wat vraagt dit van een organisatie en met name van de vaardigheden van de docent in de 21e eeuw?
Wat volgens de studenten nodig is :

  • een goed gestructureerde opleiding en organisatie die flexibiliteit en creativiteit mogelijk maakt
  • een goede planning door student, docent en organisatie
  • een flexibel rooster dat buitenschools leren en het werken in verschillende blokken mogelijk maakt
  • bevlogen docenten voor de klas die praktijkervaring hebben opgedaan in het bedrijfsleven of zelf
  • onderzoekservaring hebben opgedaan
  • docenten die vertrouwen geven en uitdagen maar ook controleren en sturen.

In het tweede deel van de bijeenkomst met studenten, de bewindslieden en de Kritische Vrienden, werden prikkelende stellingen neergelegd waarbij de veranderende rol van de docent en zijn vaardigheden centraal stonden. De stelling Alle docenten moeten naast docent ook ondernemer zijn ontlokte de reactie van Jet Bussemaker dat het belangrijker is dat een docent ondernemend is en dus geen ondernemer naast het docentschap behoeft te zijn. Onderwijs is teamwork en om onderwijs op maat te bieden hebben docenten in teams verschillende rollen waarbij voor iedere rol een palet aan competenties en vaardigheden noodzakelijk is.

Docenten uit de 20e eeuw kunnen aan de leerlingen en studenten niet de soft skills aanleren die nodig zijn voor de 21 eeuw

Hoewel de stelling behoorlijk stigmatiserend en generaliserend over kwam was het pijnlijk te constateren dat deze stelling onder de aanwezige studenten grotendeels werd bevestigd. (uitzonderingen daargelaten want die zijn er zeker ook op het ROC Rijn IJssel)

Kunnen docenten in de praktijk goed omgaan met verschillen tussen leerlingen? Zijn docenten flexibel genoeg om in te spelen op de snelheid van veranderingen in de maatschappij en in ICT? Beschikken de docenten anno 2014 over de juiste competenties en vaardigheden?

Met de kritische uitspraken van de studenten werd de noodzaak om (meer) beweging te creëren en voortgang te boeken op de prioriteiten uit de Lerarenagenda duidelijk onderstreept. Permanente educatie , al dan niet met een gedwongen puntenregistratie in het Lerarenregister, dient dan ook sterk bevorderd te worden. Laat zien dat je je kennis bijhoudt en neem als schoolleiding je verantwoordelijkheid.

De Kritische Vrienden vragen aandacht voor de kwaliteit van de lerarenopleidingen

Het werkbezoek werd vervolgens voortgezet met een besloten bijeenkomst van de bewindslieden Jet Bussemaker en Sander Dekker en met de Kritische Vrienden van de Lerarenagenda. Om (meer) beweging te creëren en voortgang te boeken op de prioriteiten uit de Lerarenagenda werden door de Kritische Vrienden onder meer de volgende aanbevelingen gedaan t.a.v. de verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen:

  • Lerarenopleidingen leiden op tot ‘routine professionals’ in plaats van dat er wordt opgeleid tot ‘adaptive professionals’
  • Lerarenopleidingen gaan uit van een bepaalde kennisopvatting namelijk kennis is iets wat de lerarenopleidingen bezitten en wat studenten moeten leren. Om deze kennis te borgen leggen we de kennis vast in databases en (landelijke)digitale toetsen. Studenten richten zich op het verwerven van die kennis (en stellen daarbij geen vragen) die vervolgens digitaal moeten kunnen worden afgenomen. Studenten focussen zich vervolgens op de lagere cognitieve niveaus terwijl studenten meer gericht zouden moeten zijn op het prikkelen en uitdagen van studenten om het beste uit zichzelf te halen.
  • In beleid wordt onderscheid gemaakt tussen ‘academische masters’en HBO-masters. Dit bevordert de waardevastheid van de term ‘master’ niet echt.
  • Pabo en HBO docenten komen moeilijk aan de bak buiten het onderwijs (de outside-option) Voor academici is de outside-option echter in grote mate aanwezig. Afgestudeerde academici die in het onderwijs willen gaan werken krijgen te maken met een dubbele mastervereiste…dit werkt zeker niet stimulerend om academici binnen het onderwijs te halen.

De Kritische Vrienden vragen aandacht voor het creëren van een verbetercultuur op scholen (met dank aan Jaap Versfelt)

Om (meer) beweging te creëren en voortgang te boeken op de prioriteiten uit de Lerarenagenda werd door de Kritische Vrienden een oproep gedaan aan de bewindslieden ter bevordering van creëren van een verbetercultuur in het VO. In zo’n cultuur bereiden leraren samen lessen voor, bezoeken ze elkaars lessen, geven elkaar feedback en zetten verbeteracties in. En dan niet af en toe, maar elke week. En niet met een paar enthousiastelingen, maar allemaal. En niet omdat het moet maar omdat ze het zelf willen.

.Zo’n cultuur creëren vergt een aanpak waarbij iedereen zo leert werken, waarbij er tijd en ruimte voor komt en waarbij de schoolleiding het goede voorbeeld geeft. Dit proces van cultuur veranderen is heel moeilijk. Daarom helpt het als er een overzicht is van aanpakken die bewijsbaar tot zo’n verbetercultuur leiden. Een overzicht met aanpakken waaruit scholen zelf kunnen kiezen. Plus dat die aanpakken die goed werken veel ruimte en podium krijgen. Stimuleer docenten met de het instellen van het al eerder genoemde innovatiefonds waaruit leraren geld kunnen krijgen om vernieuwende ideeën uit te proberen en die aantoonbaar leiden tot verbeteringen in de school.

De Kritische Vrienden vragen aandacht voor het verhogen van de zij-instroom door aantrekkelijke en flexibele routes (met dank aan Jelmer Elmers)

Om (meer) beweging te creëren en voortgang te boeken op de prioriteiten uit de Lerarenagenda werden door de Kritische Vrienden onder meer de volgende aanbevelingen gedaan t.a.v. het verhogen van de zij-instroom door aantrekkelijke en flexibele routes:

  • Op maat instromen. Natuurlijk moeten vakdocenten opgeleid zijn en/of ervaring hebben opgedaan in de richting van hun vakgebied. Maar we moeten niet strikt vasthouden aan toelatingseisen zoals nu teveel gebeurd. Het beleid rondom de Eerder Verworven Competenties ( Evc) kan beter ontwikkeld worden waarbij assments van groot belang zijn. In de bestaande praktijk zijn hbo en wo bijna spastisch geworden t.a.v. het verlenen van vrijstellingen en roomser dan de paus. Wanneer het 2egraads vak niveau een eis is en wanneer blijkt dat aan deze eis door masters wo niet altijd kan worden voldaan dan moet het mogelijk zijn als docent te starten en bijscholing en ontwikkeling van deze vakkennis in een later stadium te laten plaatsvinden. Beide hobbels (evc en vakkennis) zijn beiden nu niet meer in de praktijk te leren. Zij-instromers kunnen instromen via een assessment. (deels gebeurt dit overigens al)
  • Bekwaam-bevoegd via register. Dat assessment zal plaatsvinden via de competenties zoals beschreven in het lerarenregister (algemeen pedagogisch/didactisch en vakinhoudelijk). Aan de hand daarvan zal een bijscholingstraject worden gestart. Implicatie is dat register van uren-registratie (nu) naar een competentieprofiel  wordt omgevormd. Dat OC, lerarenopleidingen zorg dragen voor invulling lerarenregister. Dat verschillende niveaus zichtbaar worden: docent in opleiding=aspirant! opgeleid = basis. met master als eindpunt. 
  • Scholen betrekken in accreditatie. Voor zo'n flexibel traject moeten scholen inspraak krijgen in de opleiding van docenten. Accreditatie moet ook plaatsvinden via scholen die in professionele leergemeenschappen zitten. Er ontstaat een nieuwe opleidingsruimte tussen scholen en lerarenopleidingen. Dat zal ook een  vernieuwingsimpuls teweegbrengen.
  • Hybride docent en teacher leadership. Daarnaast is een volledige overstap vaak een obstakel. Ambitieuze zij-instromers zullen net als ambitieuze zittende docenten een flexibel carrière traject willen. Waarbij lesgeven samengaat met andere taken in het onderwijs, dan wel buiten het onderwijs, bijvoorbeeld in de sector waar ze vandaan kwamen. Op alle niveaus zal er daarom meer ruimte moeten worden gemaakt voor teacher leadership, ook opleidingen.
  • Arbeidsvoorwaarden/salaris. In het perspectief van de outdoor-option is zelfs een LD-perspectief onvoldoende concurrerend met het bedrijfsleven.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.