Artikelen

Puntje erbij, puntje eraf

Niet alleen leerlingen moeten examen doen, met alle (in)spanningen van dien. Examens vergen ook veel van leraren. Het gaat om veel meer dan nakijken. In dit blog vertelt biologieleraar Arjan Miedema over zijn persoonlijke ervaringen.

Arjan Miedema

Ik zit in een lokaal van het ouderwetse soort. Parketvloer, grote kaarten met ‘de Aarde’ en ‘Europa’ sieren de muren. Het bureau van de leraar staat op een verhoogd podium, van ongeveer vijftien centimeter hoog. Achterin het vierkante lokaal een klein kraantje en een wasbak, waar langs de muur de koffie en thee is opgesteld. Als ik naar buiten kijk zie ik door de beslagen ramen de keurige herenhuizen van Amsterdam Zuid. We zijn te gast bij het Vossius, voor de jaarlijkse kringvergadering. 

Biologische show-down

Dit statige en klassieke gymnasium, dat Gerard Reve doorliep en Arnon Grunberg vroegtijdig verliet, is eenmaal per jaar gastheer van een bijeenkomst met zo’n 30 biologiedocenten. In een avondvullend programma bespreken we het examen en hoe onze leerlingen dat hebben gemaakt. Per vraag wordt bekeken wat goed is en wat echt fout, maar vooral: wat bijna goed is of misschien toch wel nét goed. Het is een biologische show-down, met stroopwafels op tafel. 
Terwijl ik wat naar buiten staar komen mijn collega’s één voor één het lokaal binnen, vaak met een dikke gekleurde map onder de arm. Op de mappen is het logo van de school zichtbaar, naast de naam van de docent en een clusternummer of klassencode. ‘Het 4e Gymnasium, A. Miedema, cluster BIO2’, staat op mijn map. Toen ik hier vorig jaar zat was ik enigszins geïntimideerd. Hier zaten ze dan, alle Amsterdamse biologen die lesgeven aan de examenklassen. Sommige excentriek en kleurrijk zoals iemand zich een biologiedocent voorstelt. Andere moderner, met het correctiemodel op de iPad naast de inmiddels opengeslagen map met daarop het verzameld werk. Al dat werk van de leerlingen, nagekeken en van een voorlopig puntenaantal voorzien. Een voorlopig aantal, want nu gaan we vergaderen. De voorzitter vraagt om stilte en de vergadering begint. 
Voor een beginnende docent moet het eindexamen als fenomeen bijna net zo spannend zijn als voor de leerlingen. Want - naast zeer belangrijk - is het voor docenten ook een zeer solistisch  gebeuren. Het is jouw klas, jouw cluster, jouw leerling en jouw gemiddelde. 
 

Opgelucht

Ik moet denken aan vorig jaar. Toen ik na de lange dag de examens had nagekeken, haastte ik me om het gemiddelde cijfer te berekenen: een 6.7. Opgelucht was ik, omdat het niet al te zeer afweek van het gemiddelde schoolexamencijfer én in elk geval niet veel lager - en misschien wel wat hoger - was dan dat van mijn collega. Dat je dit eigenlijk niet kan vergelijken, dat zij een heel andere klas heeft lesgegeven, deed aan dit duivelse genoegen niet veel af. Ik had niet gefaald, de lange gevoelde onzekerheid was voor even gestild. 

Dit duurde tot de telefoon overging en er een onbekend nummer met een onbekend netnummer in beeld verscheen en ik wist: dit is de tweede corrector. Met een kop koffie, de stapel papieren, het scoreoverzicht en mijn telefoon had ik me een kwartier eerder thuis geïnstalleerd aan het bureau. Vijftien lange minuten had ik gewacht tot de telefoon over ging. ‘Goedenavond Arjan, zullen we maar meteen beginnen met de eerste leerling en de eerste vraag?’ Zonder enige introductie of algemene opmerking ter geruststelling vooraf, ging de beste man van start met het langslopen van de leerlingen en de vragen. Hier een puntje erbij, daar een puntje eraf. Geconcentreerd schreef ik mee en waar ik kon gaf ik een voorzichtig weerwoord. Ik argumenteerde op strategische punten dat de voorgestelde correctie wel erg streng was en ging mee als de corrector duidelijk een sterke zaak had. Uiteindelijk waren er 30 scorepunten verschoven. Het gemiddelde cijfer was ongeveer gelijk gebleven en het gesprek bijkans gezellig geëindigd. Een flinke zorg lichter, kon ik de cijfers invoeren en de deur uit doen. Na afloop heb ik een uitdraai met de definitieve cijfers aan een klein spijkertje tegen de muur gehangen.

Terug naar dit jaar. Deze tweede avond op het Vossius verloopt voorspoedig. Na tweeëneenhalf uur wikken, wegen, argumenteren en zoeken naar ruimte, wordt het examen over het algemeen als ‘op niveau’ beoordeeld. ‘Natuurlijk’, zegt de voorzitter, ‘soms zijn er alternatieve antwoorden mogelijk, maar daarover moet je dan maar in gesprek met je tweede corrector.’ Als ik op de terugweg meefiets met een collega vertelt ze me dat ze toch wat teleurgesteld is. Haar klas, de eerste examenklas die ze ooit had, heeft het wat minder gedaan dan ze had gehoopt en ook is het gemiddelde van haar collega hoger. ‘Ach kop op’, zeg ik, ‘dat kun je toch helemaal niet vergelijken.’ 

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.