Artikelen

Het Alternatief II: hoe krijgen we leraren in beweging?

Nederlandse leraren hebben veel autonomie. Toch ervaren ze gebrek aan professionele ruimte. Dat staat de noodzakelijke onderwijsvernieuwing en verbetering in de weg. In het pas verschenen boek Het Alternatief II onderzoeken leraren en wetenschappers hoe dat kan. En hoe we dit patroon kunnen doorbreken.

Het Alternatief II is een vervolg op het succesvolle boek Het Alternatief I, dat is ontstaan uit onvrede met de afrekencultuur, waarin meetbare resultaten de hoofdrol spelen. Centrale boodschap: als je beter onderwijs wilt moeten leraren niet worden gemanaged, maar ondersteund om hun eigen onderwijs vorm te geven, te vernieuwen en te verbeteren.

Het Alternatief I leidde tot veel goede initiatieven, zoals het Leraar Ontwikkel Fonds, waarin leraren ruimte krijgen om nieuwe ideeën te ontwikkelen. Dat klinkt goed, maar de auteurs van Het Alternatief II komen tot de conclusie dat er nog meer moet gebeuren. 

12102015_Het Alternatief II hoe krijgen we leraren in beweging

Teveel vrijheid?

Ondanks hun autonomie hebben veel leraren niet het vermogen om hun onderwijs te vernieuwen. Wiskundedocent en mede-auteur René Kneyber: ’Tachtig procent werkt met de standaardmethode. En ze worden daar niet blij van. Een van de oorzaken waarom zoveel docenten steeds hetzelfde doen is teveel vrijheid. Dat kan verlammend werken. Want waar moet je beginnen, hoe pak je onderwijsvernieuwing aan? Je kunt niet zeggen: “Ik wil dat je professionaliseert, je mag het zelf uitzoeken.” Dat proces moet je ondersteunen en begeleiden. De overheid zou daarin misschien wat meer voorschrijvend kunnen zijn. Ook schoolleiders kunnen hierin een rol spelen. Ze moeten stoppen met administreren, het organiseren van onderwijs en leraren managen op output. In plaats daarvan moeten ze zich met hun docenten bezighouden met de vorming van het onderwijs.'

Netwerkleraar

Daarnaast zijn netwerken belangrijk om beter onderwijs mogelijk te maken, vinden de auteurs van Het Alternatief II. Door contacten met andere collega's, ouders, wetenschappers, Haagse beleidsmakers en andere stakeholders, krijgen leraren niet alleen meer impulsen om hun lessen te verbeteren, maar sluit hun onderwijs ook aan bij ontwikkelingen in de maatschappij.

Aan die netwerken moet nog stevig worden gewerkt, want het huidige onderwijs is nog teveel gericht op lessen voorbereiden en geven en ouderspreekuren. 'Leraren zouden elke week de tijd moeten krijgen van het management om hun netwerken te onderhouden. Bijvoorbeeld door lessen van anderen te bezoeken, samen lessen voor te bereiden en naar bijeenkomsten over professionalisering en beleidsontwikkeling te gaan. Daarnaast zien we een rol voor lerarenopleidingen weggelegd. Tijdens de opleiding en nascholing moet er meer aandacht komen voor het belang van netwerken, hoe je die kunt vormen en hoe je de ideeën die je opdoet verwerkt in je lessen.'

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.