Artikelen

Zomerblog: Waar ben ik mee bezig?

Het jaar zit erop, de rapportvergaderingen zijn voorbij en de boeken gaan weer de kast in. Tijd voor reflectie. Doen we de dingen nog wel goed? En zijn we überhaupt nog wel met de goede dingen bezig?

Jorrit Blaas

Jorrit Blaas, leraar economie en beleidsmedewerker OCW

Lieve collega's,

Als de laatste leerling zijn rapport heeft opgehaald, gaat er een golf van opluchting door de docentenkamer. De benen gaan op tafel, high fives worden uitgedeeld en het bier wordt uit de koelkast getrokken. Maar dan heb je ook wat. Mijn vrienden geinen wel eens dat er twee redenen zijn om leraar te worden: juli en augustus.

Zomer is ook: tijd voor reflectie bij een biertje in de bloedhete zon. Wat ga ik anders doen volgend jaar? Tja, ik kan nog wat beter differentiëren en af en toe betere feedback geven op het leerproces. De dingen die ik doe, kunnen altijd beter. Maar de grote vraag is: ben ik überhaupt nog met de juiste dingen bezig?

Ik heb de cijfers van een jaar bloed, zweet en tranen eens op een rijtje gezet. Ze zijn confronterend.

  • Ik heb 150 leerlingen lesgegeven. Volgens Johannes Visser (leraar/columnist) betekent differentiëren: de namen van alle leerlingen kennen vóór de herfstvakantie. Ik geef hem geen ongelijk.
  • Mijn leerlingvolgsysteem laat zien dat er ongeveer 1.500 'logboekitems' zijn binnengekomen. Het zijn verhalen variërend van incidenten, plannen van aanpak of andere signalen. Daarvan heb ik maar 700 gelezen. Mea culpa, verbeterpuntje.
  • Ik heb ongeveer 450 lessen gegeven afgelopen jaar. Bedenk maar eens dat je ongeveer vijf goed voorbereide presentaties per dag geeft. Als ik die lessen individueel had gegeven, had ik dus drie lessen per leerling kunnen geven. Lang leve schaalvoordelen.
  • Als ik alle proefwerken, projecten en mondelingen bij elkaar optel, kom ik tot 600 beoordeelde toetsen dit jaar. Het kost mij gemiddeld twintig minuten om elke toets na te kijken, wat betekent dat ik 200 uur bezig ben geweest met enkel nakijken. Dit zijn dus vijf werkweken (!).
  • Dan hebben we het nog niet eens over feedback gehad, want de voornaamste reden dat ik een toets opleg, is om de leerling feedback op zijn presteren te geven. Met een cijfer beoordeel je leerlingen; met feedback help je ze verder. Goede feedback op de persoon gericht kost zeker tien minuten per keer. Per toetsvorm kost mij dat dus nog eens 100 uur extra. Oftewel: 7,5 werkweek in totaal.

En nu komt het: ik geef maar twee dagen in de week les!

Ben ik dan wel met de goede dingen bezig? Kan ik de tijd die ik kwijt ben aan nakijken niet veel beter besteden aan differentiëren, leerlingdossiers lezen en feedback geven? Of aan extra coole lesvoorbereidingen zodat de kwaliteit van mijn onderwijs omhoog gaat? Als ik de cijfers bekijk, blijk ik twee keer zoveel tijd kwijt te zijn aan het beoordelen van mijn leerlingen dan aan het geven van feedback en ze daadwerkelijk verder helpen met hun leerproces. Oeps.

Volgend jaar hang ik een briefje boven aan mijn laptop. Er zullen drie woorden opstaan: ‘formatief boven summatief’. Zal ik nooit meer summatief toetsen? Nee, natuurlijk niet. Maar het is goed dat ik mij ervan bewust ben dat ik meer aandacht moet hebben voor feedback en minder voor cijfers. Waar de Romeinse senator Cato Maior al zijn redevoeringen afsloot met: ‘overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden’, zal ik mijn dag afsluiten met: ‘overigens ben ik van mening dat formatief toetsen beter werkt dan summatief toetsen’. Hopelijk zal de boodschap dan beter blijven hangen.

Ook als beleidsmedewerker bij het Ministerie van OCW stel ik mijzelf regelmatig de vraag: van alles wat ik deze periode heb gedaan, wat heeft de kwaliteit van het onderwijs in Nederland daadwerkelijk verbeterd? Ook dat is soms erg confronterend. Ik houd mij soms te veel bezig met randzaken en bureaucratie. Nu zeg ik niet dat die dingen per definitie erg zijn, maar het is goed om er in ieder geval bewust van te zijn tijdens een reflectiemomentje op het Plein in Den Haag. Maar wel met een borreltje natuurlijk. Dat hebben wij immers wel verdiend.

Met de zonnigste groet,

#leraarambtenaar

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • In lijn met je verhaal het volgende: Hoe lang al en hoe vaak hoor ik van collega's varianten op: "Leerlingen werken te weinig, doen hun huiswerk niet". Ik ga in 15-16 het gesprek aan in mijn team over doel, nut van "huiswerk" (op zich al gekke term) en ervaringen met opdrachten die vooral gericht zijn op de volgende i.p.v. de vorige les. Leerlingen zijn m.i. best bereid te werken, maar moeten wel zelf het nut ervan inzien.

    Van: Kees Blaas | 11-08-2015, 13:01